Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/486

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 76 —

Dit opstel heeft geenszins eene verbetering van het reeds door den heer stamkart geleverde ten doel, maar alleen de meer algemeene bekendmaking van hulpmiddelen voor de tijdsbepaling in het dagelijksch leven, die de heer stamkart niet kon vermelden omdat zij, bij de uitgave van zijn boekje, niet bestonden, terwijl zij nu, in sommige gevallen, boven alle andere verdienen te worden aanbevolen. Als men het boekje van den heer stamkarï met ernst beoefend heeft, zoo zal men bespeurd hebben Hat het, in het dagelijksch leven, geene gemakkelijke taak is, den tijd met eene onzekerheid van hoogstens twee minuten te bepalen. Er behoort vrij wat toe, om eenen zonnewijzer zoo groot en zoo naauwkeurig te maken, dat hij het aflezen van den tijd, op een paar minuten na, gedoogt en, binnen die grenzen, den tijd met juistheid aanwijst, en bovendien heeft men slechts zelden de gelegenheid om eenen zonnewijzer eene behoorlijke plaats te geven. Het trekken van eene naauwkeurige meridiaan-lijn heeft ook al zijne moeijelijkheden, en biedt zich daartoe veel meer gelegenheid aan, dan tot het plaatsen van eenen zonnewijzer, zoo staat daar tegen over, dat de meridiaan-lijn hare diensten weigert, ten zij de zon juist op het oogenblik van den middag vrij van wolken is. De tijdsbepaling door eene kom met water of olie, zoo als die door den heer stamkart is voorgesteld, eischt zeer weinig voorzorgen en geeft eene naauwkeurigheid, die men met eene meridiaan-lijn en veel meer nog met eenen zonnewijzer niet ligtelijk bereiken zal. Zij heeft echter het bezwaar, dat bij haar twee waarnemingen met elkander verbonden moeten worden, waarvan de eene juist zooveel na den middag als de andere vóór den middag wordt volbragt. Zij geeft geene uitkomst, als men des morgens zijne waarnemingen heeft volbragt, en de zon zich, ten tijde waarop de namiddag-waarnemingen moesten plaats hebben, achter de wolken verbergt. Vooral in den winter wordt men, bij ons, iiiet zelden weken achtereen, in al zijne pogingen om den tijd door overeenstemmende zonshoogten, voor en na den middag, te bepalen, op eene bittere wijze teleurgesteld.

In de sterre- en vooral in de zeevaartkunde is eene wijze van