Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/503

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen


 

DE KOLIBRI.

 

 

Een van de vlugste, ondernemendste en fraaiste trekvogels van Amerika is de Kolibri (Trochilus colibri), die den winter in de Keerkringslanden doorbrengt, in April door Louisiana zwerft, in Mei aan de groote meeren van Noord-Amerika gevonden wordt en midden in den zomer tot digt aan den poolkring toe zich waagt; een vogeltje, niet veel grooter dan de Noord-Amerikaansche hommel en die daarom ook in het Engelsch hommelvogel (humming-bird) geheeten wordt. Bekend is de heerlijkq metaalglans zijner vederen, door breking der lichtstralen veroorzaakt. Het mannetje krijgt bij zijnen groen-gouden glans op rijperen leeftijd nog eenige glinsterende vederen, van kleur en gloed als een robijn.

Jaarlijks zendt het schoone Zuiden den Kolibri noordwaarts, als het ware als een bode uit ijdelheid of bespotting, om den schitterenden gloed zijner kinderen te verkondigen, in tegenstelling van het zooveel armer Noorden.

De overbrenging van het stuifmeel uit de meeldraden op de stengels der bloemen gaat niet bij alle gewassen even gemakkelijk, doch wordt aanmerkelijk bevorderd, niet alleen door insekten, waaromtrent dit algemeen genoeg bekend is, maar ook door deze teedere vogeltjes. De Kolibri toch vliegt met ongeloofelijke snelheid van bloem tot bloem, zijnen zeer langen en fijnen snavel diep in de bloemen instekende en tusschen de meeldraden omwoelende, ten einde honig uit die bloemen op te zuigen, doch waarbij tevens de uitstorting van het stuifmeel uit de meeldraden en de overbrenging daarvan op den stempel bevorderd wordt.