Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/554

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 144 —

wijdert de waarnemer zich van D, dan wordt de hoek L D R voortdurend kleiner; komt hij nader bij, dan neemt de hoek in grootte toe. Voor den genoemden afstand bedraagt die hoek ongeveer 9 graden, als wij de oogen op 65 millim. van elkander verwijderd stellen; op 5 maal grooter afstand wordt hij reeds ten naastenbij 145 graad. Verlengt men de lijnen DL en D R naar verkiezing, en wel beiden even ver, en plaatst men nu op de beide uiteinden dier verlengden de chambres obscures, om alzoo twee beelden van het ligchaam, in D liggende, te ontwerpen, zoo zullen deze twee figuren in den stereoskoop een efiect op het oog des waarnemers hebben, als of hij het ligchaam op den afstand C D bezag; maar dewijl het oog op den afstand van 3 palm slechts vrij kleine ligchamen beziet, en nimmer dezulken, als welke voor den stereoskoop worden afgebeeld, zoo loopt men gevaar, dat nu het relief zal overdreven zijn; dat, zoo de ontworpene beelden bij voorbeeld een portret of een standbeeld voorstellen, de armen of beenen te ver zullen achteruit wijken of vooruit springen. Dit gebrek kan ontweken worden door de plaatsen L en R, waar men achtereenvolgend de chambres obscures zet, naderbij elkander te nemen. Een bepaalde afstand, op welken dit laatste geschieden moet, kan niet worden voorgeschreven. Immers het staat ons vrij, aan het stereoskopisch model kleinere afmetingen te geven en het op eiken afstand te beschouwen.—Men zorge slechts, dat het relief niet overdreven worde. Wij herhalen het, de afstand, dien wij aan de beide objectieven willen geven, is onbepaald, hij hangt geheel af van de afmetingen, die de teekeningen verkrijgen, en van den afstand, waarop wij het model zich willen zien vormen, ten einde eene meerdere of mindere stereoskopische uitwerking te erlangen.

Voor afbeeldingen van personen en derhalve ook van ligchamen, die ongeveer met de grootte van deze overeenkomen, hebben wij de volgende afstanden der objectieven als de meest geschikte leeren kennen:

Zoo de daguerreotype toestellen op 7,5 el afstands van het voorwerp zijn gesteld, neme men de beide standpunten der objectieven 52 duim van elkander.