Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/60

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 46 —

doen wij best ze te vergelijken met andere ons bekende snelheden. Een snelzeilend schip legt in één uur een weg van ongeveer 3½ G.M. af. Een stoomwagen doorloopt in dien tijd 6 tot 8 G.M. Het geluid doorklieft in één uur tijds eene ruimte van 163 G.M. Een vier-en-twintig ponder, zoo hij onafgebroken met dezelfde snelheid, waarmede hij het kanon verlaat, kon voortgaan, zoude 250 mijlen afleggen. Maar dat alles is slakkengang bij de snelheid, waarmede onze aarde op hare baan voortijlt. Zij doorvliegt bij gemiddelde snelheid in één uur tijds eene ruimte van bijna 15,000 G.M.

 

 

III.

 

OVER DE STELLING DER AARDE OP HARE BAAN.


Om ons eene juiste voorstelling te vormen van den weg, dien de aarde aflegt, is het niet genoeg de gedaante en grootte der baan te kennen, maar moeten wij ook weten, hoe zij in hare baan geplaatst is. Als wij eene aardglobe voor ons zetten, en ons verbeelden, dat de rand der globe, tot in het oneindige verlengd, de vlakte is, waarin de aarde zich voortbeweegt, dan valt het in het oog, dat de aarde in die vlakte zeer verschillende standen kan aannemen, met andere woorden, dat de hoek, dien de aequator der aarde met de vlakte der ecliptica, dat is met die der aardbaan, maakt, zeer ongelijk kan zijn.

Naauwkeurige waarnemingen hebben geleerd, dat deze hoek, welken men de schuinscheid der ecliptica noemt, omstreeks 23½° bedraagt, of, volgens de opgave van peters voor het jaar 1850, 23° 27' 30" 76. Bijgevolg is de hoek, dien de as der aarde met de vlakte van de loopbaan vormt, ongeveer van 66½°.

Gesteld dat in fig. 10, g h de vlakte der ecliptica is, en a b de aequator, dan zal de hoek door die beide gemaakt, g c a of b c h = 23½° de schuinschheid der ecliptica bepalen en de as, die door de polen d e gaat, den stand der aarde op hare baan aanwijzen.

Men denke niet, dat de stelling der aarde op hare baan eene onverschillige zaak is. Juist aan dien schuinschen stand onzer planeet hebben wij de geregelde toe- en afneming van dag en