Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/627

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 217 —

Maar er is nog meer 't geen onze aandacht verdient; want niet alleen dat de roode kleur, zooals is aangemerkt, het met eene licht- gevoelige stof bestreken papiertje niet verkleurt, bezit zij eene te- gengestelde eigenschap, en ontkleurt hetgeen door den blaauwen of violetten straal wordt zwart gemaakt. Een papiertje met chloorzilver bestreken blijft wit, als daarop te gelijker tijd het gewone witte licht, en de roode straal van het kleurenbeeld zamen treffen. Een voornaam Fransch geleerde, becquerel, maakte echter de gewigtige ontdekking, dat de roode en gele straal de scheikundige werking door den blaauwen en violetten straal begonnen , kunnen voortzetten en' voltooijen. Gewis opmerkelijke verschijnsels, welke den natuur- onderzoeker eene nimmer uitgeputte bron van leering en verstan- delijk genot aanbieden.

Zoo ontdekt hij in het lichtgevende gedeelte van den straal het schitterende beginsel', dat de voorwerpen in pracht van kleuren voor zijn oog aanschouwelijk maakt; in den warmtestraal erkent hij de kracht, welke de natuur door zachte koestering ten leven wekt, en in den scheikundigen straal ontwaart hij een geheimzinnig maar weldadig vermogen, om stoffelijke veranderingen tot heilrijke doel- einden voort te brengen.

Vele stoffen zijn er, welke, aan het daglicht blootgesteld, spoe- dig eene verandering van kleur ondergaan.

Daaronder behooren hoofdzakelijk, behalve het meermalen ge- noemde chloorzilver, die zilverzouten , welke jodium en bromium bevatten. Men geeft ze daarom den naam van "lichtgevoelige" stof- fen, en wendt ze algemeen in de photographie aan.

Als een der eersten die getracht heeft lichtbeelden te maken, moet wedgwood, de vervaardiger van het onder zijnen naam bekende aardengoed, genoemd worden. Hij bestreek papier of leder met eene oplossing van salpeterzuur zilver in water. Op dit bereide papier plaatste hij met figuren beschilderde glasplaten, bladen van hoo- rnen, vleugels van insekten enz., en stelde ze aan de zonnestralen bloot, waardoor na 2 of 3 minuten eene afbeelding van het bo- vengeplaatst voorwerp werd verkregen. Deze afteekeningen moesten echter in het duister zorgvuldig worden bewaard en bij kaarslicht