Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/691

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 281 —

geene legenden ondersteund te worden. Al scheppen wij ook beha- gen in de wonderlijke fantasie der ouden of in de bloeinenspraak der oosterlingen, het is niet meer dan een behagen in de herinne- ringen onzer jeugd.

Hetgeen aan de kleuren der bloemen hare grootste bekoorlijkheid geeft, is de eigenaardige tempering, die in haar heerscht, en die ontstaat uit de dunne opperhuid of een laagje wasachtige stof, dat de kleurstof houdende, cellen bedekt. Bij gebrek hieraan zouden vele bloemen ons oog door hare al te harde kleuren beleedigen , gelijk dit het geval is bij de vonkelende kleuren der edelgesteenten , wier indruk wij soms naauwelijks kunnen verdragen. Zoo zijn vele vruch- ten , b.v. de pruimen en druiven door een eigenaardig wasbekleed- sel omgeven , dat hare schoonheid zeer verhoogt. Waar de opperhuid der bloemen door hare dunheid de kleur slechts in geringer mate tempert, daar wordt dit gemis door een' zacht spiegelenden glans ver- goed, gelijk wij bij de Tulp en de Amaryllis kunnen waarnemen.

Die glans is somwijlen fluweelachtig en ontstaat dan door zeer digt nevens elkander liggende gelijke verhevenheden of kleine blaasjes op de oppervlakte.

Zoo als wij weten, is de kleurstof der bloemen de eigenlijke kleur niet, maar slechts het orgaan, dat de kleur terugkaatst. Aristoteles meende, dat de kleurstoffen de kleuren zelven waren en dat deze in de planten door eene zekere koking ontstonden. Onze kennis van het licht echter overtuigt ons van het onjuiste dezer meening. De kleuren zijn geene ligchamen , maar gewaarwor- dino-en; zij zijn, wanneer wij ons eens gekozen beeld in het oog houden, niet de muziekinstrumenten, maar de melodie, die door deze instrumenten (de kleurstoffen) wordt voortgebragt.

Hoeveel kleuren zijn er in de bloemen ? — De mozaïkwerkers in Italië verdeelen hunne steentjes in 15,000 verschillende kleuren en deze kleuren weder in 750,000 schakeringen; maar is dit getal genoegzaam om den rijkdom der kleuren in de bloemen aan te duiden ?

Al die verschillende schakeringen kunnen evenwel op de drie hoofdkleuren, rood, geel en blaauw worden teruggebragt ; waarom men de kleurstoffen der bloemen ook in bloemrood, bloemgeel en