Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/713

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 303 —

wetenschap beoefend werd. Toen de Egyptische koning ptolemeus philadelphus, omstreeks het midden der derde eeuw vóór het be- gin van onze jaartelling, de beroemde school te Alexandrië stichtte, werd aldaar de eerste sterrpwacht opgerigt, en, voor het eerst, eene regelmatige waarneming van de hemelverschijnselen aangevan- gen. De oudheid heeft zeer opmerkzame waarnemers voortgebragt , maar deze hebben de sterrekunde slechts in geringe mate begun- stigd, want zelfs de waarnemingen aan de Alexandrijusche school waren veel ruwer dan zij, ook zonder het bezit van verrekijkers, behoefden te wezen; en verrieden de ouden, als zij zich aan de verklaring der natuurverschijnselen durfden wagen , veel meer scherp- zinnigheid dan oordeel, dat gebrek aan oordeel openbaarde zich vooral bij hunne verklaring van de verschijnselen des hemels. De gevolgtrekkingen, tot welke sommige in het oog loopende ver- schijnselen moesten leiden, waren echter te eenvoudig en te na- tuurlijk om door het gezond verstand miskend te worden, en zoo werd het, ook in de oude wereld, algemeen als eene waarheid aan- genomen , dat onze aarde een nagenoeg kogelvormig ligchaam we- zen moest. Het is onbegrijpelijk, dat men de nagenoeg kogelvor- mige aarde als een vrij zwevend ligchaam kon beschouwen , en haar niettemin een' volstrekten stilstand toekennen; maar was de stil- stand der aarde het heerschende denkbeeld in de oudheid, dit denkbeeld werd toch door den een' bestreden en bragt den anderen in eene zigtbare verlegenheid. Om die vrij zwevende aarde dezelfde plaats in de ruimte te laten behouden, liet de een haar, tegen zijn beter weten, aan onzigtbare lange koorden hangen, die aan niets bevestigd zijn , terwijl de ander haar dragen liet door eene za- raengeperste lucht, zonder te verklaren, waarom die lucht, onder den last der aarde, niet zijdelings ontweek, en zonder den grond- slag aan te wijzen, waarop die lucht noodwendig rusten moest. Anderen bragten de opmerking, dat alles nedervalt wat vrijelijk aan zich zelf wordt overgelaten, op de aarde over, en lieten haar bestendig nedervallen , maar verklaarden niet waarheen zij neder- viel, waar zij eenmaal zoude aanlanden, of hoe de verschijnselen die de hemel dagelijks ter waarneming aanbood, met dat vallen