Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/75

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


 

HET ZWAVELMEER BIJ TIVOLI IN CAMPANIE.

 

 

In de nabijheid van Tivoli, niet ver van Rome, ligt een zwavelrneer, bij de oude Romeinen bekend onder den naam van Albulae aquae hetwelk eene der merkwaardigste warme bronnen van Italië is, en de aandacht verdient niet alleen om de standvastigheid, waarmede het een overvloed van water en gas voortbrengt, maar ook om de belangrijke rol, welke het, even als andere vulkanische kraters, vervuld heeft in de voortbrenging van den Travertien (Kalktuff).

De Romeinen achtten dit water zeer hoog ter bevordering der gezondheid. Agrippa had er baden in gemaakt, welke onder anderen door Keizer augustus bezocht werden. Zenobia, welke hare gevangenschap onder de Romeinen te Tivoli doorbragt, liet deze baden vergrooten en verfraaijen, waarom zij nu nog "Bagni della regina" genoemd worden.

Thans wordt het water in een kanaal, op last van den Kardinaal hippolito d'este, vroeger Gouverneur van Tivoli, kunstig in den kalktuff uitgehouwen, 2 mijlen voortgeleid. Dit kanaal is 9 voet breed en 4 voet diep, en de snelheid van den stroom, waarmede het overtollige water van het meertje wordt afgevoerd, is opmerkelijk, als men de geringe grootte van de bron in aanmerking neemt.

De nabijheid van het meer kondigt zich aan door de reuk van gezwaveld waterstofgas, en men staat verbaasd over de menigte van gasbellen, welke uit het water oprijzen en daaraan het aanzien van koking geven.

Bij het inwerpen van een' steen in de bron ontstaat eene geweldige opborreling van gasbellen, waardoor het water in den omtrek