Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/165

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

PORSELEIN, WATERKERS.

 

 

O nze gewone Porselein (niet Postelein, want het is eene verbastering van den Latijnschen geslachts-naam der plant Portulaca oleracea) groeit in het wild op vele plaatsen aan de zeekusten in warme landen. Bepaaldelijk komt zij veel voor aan de kusten der Kaapverdische eilanden, waar zij ook invloed heeft op de vorming van den bodem, daar zij zich op het dorre, eerst van planten geheel ontbloote, strand ontwikkelt, stervende in teelaarde overgaat en zoo langzamerhand eenen vruchtbaren grond op het eerst geheel dorre zeestrand vormt. Zie {{sc|j.a. schmidt, Beiträge zur Flora der Cap-Verdische Inseln. Heidelberg 1852, (p. 48); in welk werk tevens onderscheidene bijdragen tot de kennis der vegetatie op genoemde eilanden gevonden worden.

Op die eilanden komt ook onze gewone waterkers (Nasturtium officinale) algemeen voor, veelvuldig onder anderen op alle vochtige plaatsen en aan de beken op het eiland St. Antonio. Dit gewas is, even als meer andere waterplanten, zeer verre over den aardbol verspreid. Immers het groeit door geheel Europa, tot hoog in het Noorden van Rusland; ook in Siberië, Japan en elders in Azië, aan de Kaap de Goede Hoop, op het eiland Bourbon, in Noord- en Zuid-Amerika, zelfs op Jamaika en St. Domingo, Nieuw-Holland enz. enz.

v. H.