Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/514

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
92
EEN VULKANISCH VISCHJE.

het organische weefsel van teedere dieren ongedeerd uit de ingewanden van den berg te voorschijn komt. Of zou de klei, die om de ligchamen der visschen gekleefd is, voldoende zijn om ze te beschermen? Onmogelijk!

Als er dus waterkommen in de vulkanen bestaan, kunnen er ook visschen in leven. Wij hebben gezien, dat die meeren met het water der aardkorst door middel van rivieren in verband staan; wij behoeven nu slechts te gelooven dat visschen stroomopwaarts gezwommen en zoo in de bergmeeren gekomen zijn. Als dit zoo is, moeten er gelijksoortige visschen gevonden worden buiten den berg, en werkelijk is dit ook het geval; de hooge vlakten van Quito, 1400 ellen boven de Stille Zuidzee, hebben geene andere visschen dan de daar zoogenoemde prennadilles, en de visschen, met het onderaardsch water opgeworpen, zijn dezelfde prennadilles. Doch een sterker bewijs dat die visschen werkelijk in den berg leven, vinden wij in een' brief van Don jose pase pardo, Corregidor van Ibarra in Quito, welke inhoudt, dat de Imbabura de meeste prennadilles uitwerpt na zwaren regen; en dat de Indianen van Santa Pabla die visschen vangen op eene plaats, waar eene beek uit den hollen berg te voorschijn komt, dat zij niet bij dag noch bij maanlicht, maar slechts in zeer donkere nachten op die vangst uitgaan, omdat zij zeggen, dat de prennadilla in het donkere verblijf in den berg ongewoon aan het licht geworden is. Dit is tevens wel een bewijs dat zij er in opgezwommen zijn en er eenigen tijd in geleefd hebben; immers hunne stamgenooten, die in de beek en leven, verdragen het daglicht zeer goed. Eene bevestiging van het feit, dat visschen in holen en spleten opzwemmen, zien wij in de levende forellen, welke gevangen worden in Engeland, in Derbyshire, en in Duitschland bij Gailenreuth, in gaten en holen zeer ver van alle beeken of rivieren verwijderd en boven de oppervlakte van de omgelegene wateren. Ook wordt de aanwezigheid der prennadilles in de bergen bevestigd door alle menschen, die in den omtrek dier vulkanen zich ophouden, door de inboorlingen zoowel als door wetenschappelijke lieden, en bovendien door de archieven van de omgelegene plaatsen bij den Cotopaxi. Zoo leest men dat er