Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/651

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

DE DOOD,

PHYSIOLOGISCH BESCHOUWD,

DOOR

Dr. D. LUBACH.

 

 

Het onderwerp, dat, gelijk uit het hier bovenstaand opschrift blijkt, in de volgende bladzijden behandeld wordt, bezit bij den eersten opslag weinig aanlokkelijks, en zal veeleer voor niet weinigen in hooge mate terugstootend zijn. Dit is ook niet te verwonderen. De tegenzin, dien het denkbeeld van den dood bij ons opwekt, is iets geheel natuurlijks; die zucht tot zelfbehoud, welke de natuur den mensch en alle dieren heeft ingeplant, en die bij de laatsten slechts een instinktmatige drift is, wordt bij den mensch eene met bewustzijn verbondene begeerte om te blijven leven en den dood te ontgaan,—en de dood, als insluitende de vernietiging van die wijze van bestaan, waarvan alleen wij ons bij ervaring een denkbeeld vormen kunnen, zal altijd voor ons iets ontzettends blijven behouden. Evenwel voegt het den mensch, wanneer hij den hoogen rang bewaren wil, die hem als redelijk wezen toekomt, niet, om aan dien allezins natuurlijken afkeer al te zeer toe te geven, en het denkbeeld van den dood angstig te ontvlugten. Zóó zou die natuurlijke tegenzin ontaarden in eene vreeze des doods, die zijn leven verbitteren, en zijn sterven voor hem tot een vreesselijk oogenblik maken zou. Integendeel past het hem, dien vijand, zoo het er een is, moedig onder de oogen te zien, zich met hem gemeenzaam te maken, te onderzoeken wat hij is, waartoe hij leidt, en of hij werkelijk zoo verschrikkelijk is, als de eerste indruk zou doen vermoeden, dien