Pagina:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu/107

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
81
IETS OVER HET BILLARD.

toen hij in eenen toestand van enkele glijding tegen den band stootte; de beweging geschiedt dien ten gevolge in eene parabool H 3, waarvan nu de bolle zijde naar den band is gekeerd. Bezat eindelijk de bal geene wrijving, maar bevond hij zich bij den schok tegen den band reeds in zijnen eindtoestand, zoo werkt na dien schok de enkele draaijing nog in dien zin, dat zij den bal tracht vooruit te bewegen, meer dan zijne vroegere regtlijnige beweging zoude toelaten. Er ontstaat dus alsdan ook eene parabool H 4, van dezelfde ligging als H 2, maar waarvan de kromming minder zal moeten zijn, omdat de draaijing, die hier slechts door de wrijving ontstaan is, minder sterk is dan daar, waar zij tevens door den hoogen stoot werd voortgebragt, en dus ook hier slechts eene mindere afwijking van de regte lijn ten gevolge kan hebben dan daar.

Bij de schuinsche stooten, hier beschouwd, moet nog worden opgemerkt, dat na den schok de bal in het algemeen nog niet in zijnen eindtoestand gekomen is, zoo als onder dezelfde omstandigheden het geval bleek te zijn bij regte stooten: de reden daarvan is duidelijk, daar bij den schuinschen stoot nog regtlijnige beweging overblijft, die bij den regten stoot geheel werd weggenomen.

 

Het hier gezegde moge genoeg zijn om de verschillende uitwerkingen te doen kennen van de stooten, die den bal raken in een vlak, door het middelpunt loodregt op de tafel staande. Het kan hier natuurlijk de bedoeling niet wezen, om de verschillende parabolen te leeren construeren, evenmin om te berekenen, wanneer de verschillende uitwerkingen in een of ander opzigt het sterkst of het kleinst, dat is, in meer wetenschappelijke termen, een maximum of een minimum zullen worden. Daartoe zoude men tot een stel formulen geraken, dat hier niet op zijne plaats zoude zijn. Wij willen liever eerst de volgende figuren eens bezien, die den loop van den handbal voorstellen, wanneer de schok in eenen verschillenden toestand plaats heeft, om daarna nog de eene of andere algemeene opmerking te doen volgen.