Pagina:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu/743

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen


 

EEN VISCH, DIE VISCH VANGT;

DOOR

T.C. WINKLER.

 

 

Reeds in de vroegste tijden, toen de mensch, om in zijne vermeerderde behoeften te voorzien, genoodzaakt werd, behalve uit het plantenrijk ook uit het dierenrijk zich voedsel te verschaffen, zal ongetwijfeld het vangen van visch wel eene zijner eerste bezigheden uitgemaakt hebben. Immers de jagt op viervoetige dieren en vogelen vereischt over het algemeen meer moeite, meer zamengestelde werktuigen, meer vlugheid en onvermoeidheid van ligchaam dan de jagt op visschen, en wij mogen gelooven, dat men niet van het moeijelijkere tot het ligtere zal gegaan zijn, maar wel omgekeerd.

Wij zien dit ook nog tegenwoordig bevestigd bij sommige onbeschaafde volken, die slechts één middel (pijl en boog) hebben om viervoetige dieren te dooden, maar om visch te vangen eene verscheidenheid van werktuigen en middelen bezitten, welke duidelijk bewijst, dat de vischvangst van oudere dagteekening in hunne geschiedenis is dan de jagt. En geen wonder, de algemeene verspreidheid der visschen over de aarde, van het diepste der zee tot op de hoogste bergen, en hun groot getal, gevoegd bij de weinige middelen, die de visschen bezitten om aan de listen van den mensch te ontkomen, zal de gereede aanleiding geweest zijn om zich toe te leggen op middelen om dat nuttig voedsel te bekomen. Onder die middelen zijn er eenige, welke getuigen van de magt des menschen over sommige dieren, om namelijk hunne eigenschappen tot zijn voordeel aan te wenden; anderen, die getuigenis afleggen van zijne kennis van de eigenaardigheden en gewoonten der visschen, en die door hem gebezigd wordt om hen in zijne magt te krijgen.

Doch er is nog iets dat opmerkelijk is in de geschiedenis der vischvangst: namelijk dat over het algemeen die kunst op hoogen trap staat bij de minst beschaafde volkeren, en als 't ware van hare hoogte