Pagina:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu/888

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
356
DE TWEE GEWIGTIGSTE NEDERLANDSCHE

burg. Eenige dezer verklaringen betreffen lippershey, die hier laprey genoemd wordt, een naam, die hem vermoedelijk bij wijze van verkorting in de wandeling zal gegeven zijn geweest, daar andere omstandigheden, zoo als zijn voornaam johannes en zijne geboorteplaats Wezel, die in de bedoelde verklaringen genoemd worden, duidelijk bewijzen, dat daarmede dezelfde persoon is bedoeld; terwijl dan ook onder zijn portret, dat aan het boekje van borel is toegevoegd, zijn naam lipperhey gespeld wordt.

Omtrent lippershey leeren deze verklaringen alleen, dat deze omstreeks 1605—1610 begonnen zoude zijn verrekijkers te maken, waarvan hij er eenige aan Prins maurits en de Staten had aangeboden, dat hij, alvorens brillenslijper te worden, metselaar was geweest en in 1619 gestorven is.

Naauwkeuriger en vollediger zijn de berigten omtrent hans en zacharias janssen, voornamelijk bevat in eenen brief van willem boreel zelven. Daarin deelt deze mede: "dat hij, zelf te Middelburg geboren, den brillenslijper hans, wiens vrouw maria heette, en die, behalve twee dochters, eenen zoon zacharias genaamd had, zeer goed gekend heeft, daar hij als kind in de buurt van hen wonende van zijne eerste jeugd af met dien zoon speelde en dikwijls in den winkel kwam. Deze hans of johannes, met zijnen zoon zacharias, hadden, gelijk hij (boreel) dikwijls gehoord had, het eerst de mikroskopen uitgevonden, waarvan zij er een aan Prins maurits gaven en daarvoor eene belooning ontvingen. Een dergelijk mikroskoop werd vervolgens door hen aan den Aartshertog albert gegeven. Toen boreel in 1619 in Engeland gezant was, had cornelis drebbel van Alkmaar, die als wiskundige aan het hof van Koning jacobus was geplaatst en met wien hij (boreel) vriendschappelijk omging, hem ditzelfde werktuig, namelijk het mikroskoop van zacharias, vertoond, hebbende drebbel dit van den Aartshertog ten geschenke ontvangen. Dit mikroskoop had eene lengte van ongeveer anderhalf voet; de buis was van verguld koper, twee duimen breed, en rustte op drie koperen dolphijnen geplaatst op eene ebbenhouten schijf, in welke schijf eenige kleine werktuigjes en voorwerpen bevat waren, die zij vervolgens op eene wonderbaarlijke wijze vergroot daardoor beschouwden."