Naar inhoud springen

Pagina:Beschryving van Oud-Groenland.djvu/22

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

VOORBERICHT

gen ſchieten in onze verwachting, vat naamlyk de bovengemelde afſtammelingen van de oude Noorweegſche en Yslandſche Chriſtenen t’ontmoeten, die voor zoo veel men weet, alle uitgeſturven en verwoeſt zyn, zoo als wy zulks op de Ooſtkuſt bevonden hebben, nochtans acht ik niet, dat alle onze arbeid daarom verloren of onze koſten nodeloos verſpilt zullen zyn, zoo lang die aangewend en beſteed zullen worden ten welzyn en voordeel van de daar wonende onkundige Heidenen, over dewelke wy rede hebben, te hopen, dat onze allergenadigſte Souverein zyne vaderlyke goedertierenheid en Chriſtelyken yver zal uitſtrekken, ter bevordering van hunne eeuwi-

ge