Index:Beschryving van Oud-Groenland.djvu
Uiterlijk
| Mogelijk zijn voor dit werk al richtlijnen overeengekomen. Bekijk alstublieft de overlegpagina en volg deze zo goed mogelijk. |
KORTE INHOUD Eerste ontdekking van Oud-Groenland, alsmede Aanmerkingen over de uitsterving der Noorweegsche volkplantingen of naamlyk op de Oostkust geen overblyfzels meer zyn van de Nooren, en of diezelve landstreek niet weder ontdekt zou konnen worden.
Bladz. 6 Van de natuur der Grond, Planten en Mineralen.
Bladz. 34 Van het Climaat en Gematigtheid der Lucht aldaar.
Bladz. 41 Van de Land-Dieren, Vogels en de wyze op welke de Inboorlingen die vangen, jagen en dooden.
Bladz. 48 Van de Zee-Dieren, Zee-Vogels en Visschen.
Bladz. 54 Van de gewone Bezigheden der Inboorlingen, als Jagen en Visschen, en nodige Gereedschappen daartoe, enz.
Bladz. 84 Van hunne Huizen en Huisraad.
Bladz. 95 Van hunne Gewoontens, Deugden, Ondeugden, Levenswyze, enz.
Bladz. 103 Van hunne Kleedy en Opschik.
Bladz. 109 Van hunne gewone Spys en Drank, en hoe zy die gereed maken.
Bladz. 113 Van hunne Huwelyken en Opvoedinge hunner Kinderen.
Bladz. 117 Hoe zy hunne overleden Vrienden beweenen en begraven.
Bladz. 125 Van hunne Kortswylen, Vermakelykheden en Dichtkunde.
Bladz. 128 Van hunne Taal.
Bladz. 137 Van hunnen Godsdienst, of liever Bygelovigheid.
Bladz. 151 Van hunne Sterrekunde, en welke Denkbeelden zy hebben van de Zon, Maan, Sterren en Planeeten.
Bladz. 172 Van den Handel op de STRAAT DAVIS, en of byaldien dezelve aangequeekt en bevordert wierd, eenig voordeel daaruit te wachten zy.
Bladz. 179 Van de Bequaamheid der Inboorlingen, en hunne neiging tot de kennisse Gods en den Christelyken godsdienst, en hoe die best onder hen zou konnen worden ingevoert.
Bladz. 183 |