Naar inhoud springen

Pagina:Da Costa's Kompleete Dichtwerken (Hasebroek, 1876).pdf/355

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
die vaak zoo luttel vrucht voor noesten arbeid biên!
Gy, Bowring! ondervraag het spraakgebruik der volken !
Dit zij u 't zekerst blijk van heel des menschdoms aart !
De talen feilen niet ; zy zijn de ware tolken
van alle kennis, die ons de Almacht openbaart.

1825.




GEESTELIJKE WAPENKREET.


Niet door kracht, noch door geweld, maar door mijnen Geest zal
het geschieden, zegt de Heer der heirscharen.
ZACH. IV: 6.
Wanneer God opstaat van Zijn troon,
om 't werk des Hoogmoeds te verstoren,
dan daveren de hemelkoren
van een gewijden oorlogstoon!
God schaart Zijn krijgsliên om zich henen,
God is Zijn heiligen verschenen,
gezeten op een etherwolk!
God wil op 't aardrijk nederdalen,
om 't recht der Waarheid te verhalen
op 't aan Zijn vijand offrend volk!

De hemel, die dat leger ziet,
ontzet, schoon onbesmet van boosheid!
maar 't aardrijk in zijn goddeloosheid
slaapt dóór, en hoort den krijgsgalm niet.
Gy, gy-alléén in geestverrukking,
Gy ziet te midden der verdrukking,
o uitverkoren Bruid van God!
den Geest van uit Zijn boezem schieten,
die eens heel de aarde zal doorvlieten,
en reinigen van 't lastrend rot!

Een storm gaat vlammende vooruit,
om Zijne wegen te bereiden!
Bekeer, bekeer u, harde Heiden!
of val de gramschap Gods ten buit!
Hoogmoedigen, gy wordt verslonden!
Gomorrhaas, in den droom der zonden