Pagina:Darwin - Het ontstaan der soorten (1860).djvu/168

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
152
OVER DE WETTEN DER VERANDERLIJKHEID.

zal de natuurkeus steeds de uitwerking van het onbruik ter zijde staan en behulpzaam zijn.

Het is bekend dat verscheidene dieren, tot de meest verschillende klassen behoorende, in de holen van Stiermarken en van Kentucky leven, en dat zij blind zijn. Bij eenigen der schaaldieren is het voetstuk van het oog in wezen gebleven, maar het oog is verdwenen: de teleskoopstander is er, maar de buis met de glazen is verloren gegaan. Wijl het moeijelijk te gelooven is dat oogen, ofschoon zij nutteloos mogen zijn, in het eene of andere opzigt nadeelig kunnen wezen voor dieren die in de duisternis leven, zoo schrijf ik hun verlies geheel toe aan het onbruik. Bij een der amerikaansche blinde dieren echter, bij eene rat uit de grotten van Kentucky, zijn de oogen buitengewoon groot. Prof. silliman meende dat zulk een dier een weinig het vermogen van te zien kreeg, toen het eenige dagen in het licht had geleefd. Op de zelfde wijze als op Madeira de vleugels van eenige insekten grooter en die van anderen kleiner gemaakt zijn door de natuurkeus, geholpen door het gebruik en het onbruik, zoo schijnt in het geval van die rat de natuurkeus met het verlies van licht gestreden, en de oogen vergroot te hebben, terwijl bij alle andere bewoners der grotten het onbruik alleen heeft gewerkt.

Het is moeijelijk zich levensvoorwaarden te verbeelden meer gelijk aan elkander dan in diepe holen in den kalksteen, die in een bijna gelijk klimaat gelegen zijn. Naar het gewone gevoelen dat de blinde dieren afzonderlijk geschapen zijn voor de amerikaansche en de europesche holen, zou men mogen verwachten dat er eene naauwe verwantschap in elk opzigt tusschen hen zou bestaan. Doch, zooals schiödte en anderen opgemerkt hebben, is dit niet het geval, en zijn de grotdieren der twee vaste landen niet naauwer verbonden dan te verwachten was naar de algemeene verwantschappen, die er tusschen de overige inwoners van Noord Amerika en Europa bestaan. Wij moeten dunkt mij, vooronderstellen dat amerikaansche dieren met ge-