Pagina:Darwin - Het ontstaan der soorten (1860).djvu/440

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
152
DE VERSPREIDING DER SOORTEN OVER DE AARDE.

vaste land leven: alph. de candolle beweert zulks van de planten, en wollaston van de insekten. Vestigen wij ons oog op de grootte en het klimaat van Nieuw-Zeeland, een land van 780 mijlen breed, en vergelijken wij zijne zigtbaar bloeijende planten, slechts 750 in getal, met die van eene even groote plek aan de Kaap de Goede Hoop of op Nieuw-Holland, dan moeten wij, dunkt mij, gelooven dat iets, volkomen onafhankelijk van eenig verschil in de physische levensvoorwaarden, een zoo groot verschil in de getalen heeft veroorzaakt. Het kleine eiland Anglesea heeft 764 planten, doch er zijn daarbij eenige varens en eenige ingevoerde planten, en ook in andere opzigten is de vergelijking niet zeer juist. Maar wij hebben het bewijs dat het dorre eiland Ascencion minder dan een half dozijn oorspronkelijk inlandsche zigtbaar bloeijende planten bezit: doch velen zijn er nu inheemsch geworden, zooals ook het geval is op Nieuw-Zeeland en op elk ander eiland des oceaans. De inheemsch gewordene dieren en planten op St. Helena hebben reeds bijna of volkomen vele inlandsche dieren en planten verdrongen. Hij, die gelooft aan de leer dat elke soort afzonderlijk geschapen is, moet dus aannemen dat een voldoend getal van de meest geschikte planten en dieren niet op de eilanden des oceaans is geschapen, want de mensch heeft zonder bedoelingen die eilanden uit verschillende bronnen bevolkt, en wel veel beter en volkomener dan de natuur zulks heeft gedaan.

Ofschoon het getal der soorten klein is op de eilanden des oceaans, is de verhouding van de inlandsche soorten—dat is van die welke nergens elders op de wereld gevonden worden—dikwijls zeer groot. Als wij bij voorbeeld het getal der inheemsche landschelpdieren van Madeira, of dat der inheemsche vogels van de Galapagos-eilanden vergelijken met het getal van die op het eene of andere vaste land gevonden worden, en als wij vervolgens de grootte dier eilanden vergelijken met de grootte van het vaste land, dan zullen wij zien dat het bovengezegde waarheid is. Volgens mijne leer was dat ook te ver-