Pagina:De ademhaling der planten (1878).djvu/10

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
6
DE ADEMHALING DER PLANTEN.

naars van verwante vakken bleven Priestley's meening aanhangen.

Priestley had verzuimd, het door hem waargenomen feit nader te bestudeeren. Of het onder alle omstandigheden plaats vond, had hij niet onderzocht, maar zonder verdere studiën had hij het als voor het plantenrijk algemeen geldend aangezien. Deze voorbarige handelwijze werd de bron van al die onbeschrijfelijke verwarringen, die langen tijd op dit gebied heerschten, en die, niettegenstaande herhaalde bestrijdingen, tot in de laatste jaren aan de verspreiding van juiste voorstellingen omtrent deze belangrijke functie hinderlijk bleven.

Reeds spoedig werd het als een uitgemaakte zaak beschouwd, dat er ten opzichte van de ademhaling een principieele tegenstelling tusschen de beide rijken der bewerktuigde natuur bestaat. Deze onjuiste meening vinden wij telkens en telkens in de geschiedenis onzer wetenschap terug. De herhaalde pogingen der plantenphysiologen van verschillende tijden vermochten niet, haar met den wortel uit te roeien. Vandaar een merkwaardige tegenstelling tusschen de geschiedenis van het wetenschappelijk onderzoek en die van de verspreiding der verkregen kennis. In de eerste een snelle vooruitgang, in de laatste een in het oog loopend achterblijven. Ik zal deze heerschende meening niet bestrijden, maar mij geheel tot de geschiedenis van het wetenschappelijk onderzoek beperken. Doch met een enkel woord wensch ik de beteekenis van Priestley's waarneming aan te geven. Wat hij zag, behoort, wel verre van met de ademhaling der dieren overeen te komen, tot de voeding der planten. De ware planten-ademhaling is een geheel ander verschijnsel. Zij oefent op de lucht dezelfde bedervende werking uit als de ademhaling der dieren.