Pagina:De voeding der planten (1886).djvu/30

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
22
DE BOUW EN DE VERRICHTINGEN DER BLADEN.


kastanje, dan weer min of meer regelmatig langs den geheelen steel verspreid zijn. Van dit laatste geval leveren ons o. a. de gewone acacia's een voordeeld, welbekende boomen, die in het voorjaar met groote hangende trossen van witte, aangenaam riekende bloemen bloeien. Men noemt de afzonderlijke blaadjes van zulk een blad bladschijven, en het geheele blad samengesteld. De bladschijven kunnen zelve weer zeer verschillende gedaanten bezitten, die vooral bij die bladen het meest uitéén wijken, welke slechts van één bladschijf voorzien zijn.


Fig. 4.

De voeding der planten(1886) p030 afb04.png

Gedeeld blad van den Wonderboom (Ricinus communis).


Tusschen de lintvorminge bladen van het riet en de cirkelronde bladen der Oost-Indische kers vindt men een volledige reeks van tusschenvormen, waarvan de voornaamste in de plantkunde met bijzondere namen bestempeld worden. Zoo heeft men o.a elliptische bladen bij den beuk, eironde bladen bij de fransche sering, lancetvormige bladen bij den oleander. Let men verder op den rand, zoo wordt het aantal vormen nog veel aanzienlijker. Vele bladen toch vertoonen langs den geheelen rand tandjes,