Pagina:Een klein heldendicht.djvu/32

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


eener golf toont zich anders parelmoer.—
Zoo was de zaal, ze bruischte op hem in.
En zooals de drommen der zware winden
al trommelend over zee uit den afgrond
des winterhorizons op komen zetten,
in 't laat najaar, wanneer de zon zich stort
vroolijk op zee, zoo kwamen drommen mannen
zacht-luidruchtig pratend en schuifelend
de zaal binnen, diep zooals een afgrond,
en leken met gelaten gouden droom.

Een gouden droom in blauwe werklijkheid.

Er is wel een stil plaatsje tusschen rotsen
aan zee, waar stil de zee in sluipt, het kindje
der groote golf, komende aan haar hand,
komt daar alleen, en stort zijn helder water
op 't gele kiezelzand wat daar stil ligt.
Zoo was de ziel van Willem, hij zat stil
zooals een bloem diep in de zaal gezonken,
en hoorde voor zijn oor geweldige zee,

28