Pagina:Een klein heldendicht.djvu/48

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


Eenheid der arbeiders. Hij zag het vóór
zich, boven 't boek, in 't felle helleschijnsel.
Hij begreep het, de zwarte arbeiders waren
levend voor hem, daar voor hem, 't kapitaal
was goud boven het gouden boek, daarin
zag hij de zwarte arbeidersfiguren.
Hij drong zich tegen 't boek aan, en zijn handen
werden vochtig tegen zijn blanke slapen.
Zijn oogen schitterden, er liepen tranen
doorheen van licht, zeer diep, zij vielen niet.
Hij begreep het, in 't binnenste der wereld
drong hij, dàt was het wezenlijk geheim,
het geheim van 't bestaan, 't eigenlijke
wat hij moest weten, de diamant der daad,
waar alle daden uit voort moesten komen.
Hij voelde het, hiervandaan kwam het leven
der maatschappij.
 En der maatschappij was
hij zelf de kern, zoo goed als ieder ander.

Hij ademde diep in den zwarten nacht
naar de hoeken der kamer toe, als een

44