Pagina:Een klein heldendicht.djvu/63

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


ons leert dat wij één moeten zijn,—wat geeft
daar 't dreige' en doodslaan van een zwakken mensch?
Neen, ondanks dat duizenden menschen vallen,
ondanks het lage loon, den kinderarbeid,
den vroegen dood van ons allen, ondanks
dat 't fijne lichaam onzer schoone vrouw,
het breeklijk lichaam der jonge arbeiders
gebroken wordt bij duizenden, ondanks
moreel' en physische ellend', ondanks
achteruitgang en slavernij, ondanks
werkloosheid, zwerven, onzeker bestaan,
bloedloosheid van hoofd, angst om ons hart vaak,
armoed van bloed in vleesch en in oogen,
gele voeten, geel gezicht, arme ooren
en oogen—
maakt de Arbeid, Onze Eigenschap, ons één.
Men kan even goed aan het water zeggen
om niet nat te zijn,—
als aan arbeiders om niet één te worden.

Eeuwen van jaren straf gaven ze ons.
Duizenden jaren honger gaven ze ons.

59