Pagina:Evangelische gezangen om nevens het boek der psalmen bij den openbaren godsdienst in de Nederlandsche Hervormde gemeenten gebruikt te worden.djvu/68

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

42

XXIII.

TEGEN ONMATIGE ZORGEN.

1.

Wat zwoegt een handvol stofs, tot mensch
 Bezield voor oogenblikken,
Om hier de toekomst naar zijn' wensch
 En klein ontwerp te schikken!
Daar wijsheid, die geen’ eindpaal heeft.
En tijd en eeuwigheid doorzweeft,
 ’t Heelal bestuurt en regelt,

2.

Een blik op d’eindelooze baan
 Van ’t vast gesternt daar boven.
Waar zonnen op Gods wenk ontdaan,
 En op Gods wenk verdooven.
Stelt mij mijn kleinheid in den dag.
Die luttel weet, die niets vermag,
 En toch met God durft twisten.

3.

Mijn ziel! pleeg met d’ervaring raad.
 Dan wordt uw klagen prijzen;
Hoe vaak deed God uit schijnbaar kwaad
 Het heerlijkst goed verrijzen!
Oog Jozef, Mozes, David na.
Staar Jezus aan op Golgotha,
 En leer Gods weg aanbidden.

4.

Waar toe u dan beangst, bedroefd
 In dit kortstondig leven?
Uw Vader weet, wat gij behoeft.
 En zal ’t u zeker geven.
Alleen Hij kent uw duurzaam nut;
Zijn wijsheid blijv’ in nood uw stut.
 Op haar verlaat g’u veilig!


5. Wat