Pagina:Evangelische gezangen om nevens het boek der psalmen bij den openbaren godsdienst in de Nederlandsche Hervormde gemeenten gebruikt te worden.djvu/69

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen
43
TEGEN ONMATIGE ZORGEN

5.

Wat ziet gij van de toekomst toch.
 Wat van den dag van morgen?
Uw vrees en hoop zijn zinbedrog.
 En dwaasheid al uw zorgen.
Volbreng alleen getrouw uw’ pligt.
En eens wordt u het duistre licht.
 Wat d’uitkomst hier moog wezen.

6.

Uw verdre zorg is louter trots.
 Uw pogen stout vermeten;
Of waant g’in ’t liefdrijk plan uws Gods
 Het miertje zelfs vergeten?
Neen, aan ’t geluk van ’t groot geheel
Strekt ieders heil ten onderdeel.
 Zijn liefd’ omvat die allen.

7.

Zou ik, wie ooit hier twijflen moog.
 Uw trouw, mijn God! verdenken.
Nadat uw goedheid U bewoog.
 Om mij uw’ Zoon te schenken?
De flaauwste twijfling waar hier hoon;
Of zoudt Gij met uw’ eigen’ Zoon
 Niet alles aan mij schenken?

8.

Maar, Vader! daar wij om U heen
 Een vlekloos licht aanschouwen,
Wat, dan een rein gewist' alleen,
 Kan ooit op U vertrouwen?
Och geef, dat mijn onrein gemoed,
Ontzondigt! in mijns Heilands bloed,
 Zich naar uw wetten rigte!


9. Dan
F