Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/156

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


die niet door een groot deel van de bourgeoisie tegengehouden, gedwarsboomd en beknibbeld geworden is tot op het laatste oogenblik. De praktijk van den strijd heeft altijd gezorgd dat men zich in het wezen van de zaak onmogelijk kon vergissen. In de praktische politiek verschijnt de arbeidswetgeving somtijds als de betrekkelijk nietige vrucht van een zwaren kamp; somtijds als een middel van verdediging tegen of van aanval op het socialisme in de arbeidersbeweging;—altijd als het loon van haar eigen inspanning.

En ook onze regeering past wel op dat het thans gebodene niet den indruk zal maken van een gift uit hare handen. Onze lezers weten, dat het voorstel ver beneden de eischen niet slechts van de belanghebbenden is gebleven, maar onder de verwachtingen van alle belangstellenden, die van dit jongste ontwerp mochten meenen dat het de Nederlandsche sociale wetgeving een eervolle plaats zou verzekeren, ook internationaal. Eenige goede zijn ongetwijfeld onder dit vijfdehalf honderd artikelen te vinden. Doch, of zelfs dit weinige nog te veel ware, brengt de regeering in haar andere hand een ontwerp over het Arbeidskontrakt, dat een voorbeeld mag heeten van de manier waarop de sociale wetgeving te gebruiken is om de arbeiders nog meer te ontrechten en nog vaster te knevelen. In dit opzicht toont het ministerie zeer zeker op de hoogte van zijn tijd te zijn. Blijven de verbeteringen van het eene voorstel onder het gemiddelde internationale peil, de verslechteringen van het andere zullen over de heele kapitalistische wereld met lof worden genoemd. Meer en meer, immers, wordt de arbeidswetgeving in plaats van indirekt, zooals vroeger, direkt tegen het proletariaat gericht. Bismarck meende haar noodig te hebben om de werking van de socialistenwet te versterken. De verbeteringen zouden het middel zijn om het socialisme krachteloos te maken door de ontevredenheid te verminderen. Zooveel kan de heer Kuyper zich van zijn maaksel wel niet belooven. Wij zijn dan ook in den tijd gekomen dat de verscherping van den klassenstrijd zoodanig naïeve opvattingen niet meer toelaat.

152