Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/164

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


„De arbeidswetgeving in eenig land is in den regel het gevolg van eene arbeidersbeweging en doet zich gewoonlijk voor als het kompromis van den Staat met de eischen van de arbeidende klasse. De beweging brengt aan het licht de misbruiken en verkeerdheden, welke voor de arbeiders in het grootbedrijf bij volle vrijheid of bij een onvoldoende wetgeving of hare toepassing ontstaan, en de eischen, die zij stellen aan Staat en maatschappij tot de bescherming van volgens haar billijke aanspraken. Dat die eischen dikwijls de grenzen overschrijden, gesteld door ander en evenzeer te billijken klassenbelang of door dat van de algemeene welvaart, ligt in den aard van de zaak. Het zijn juist eenzijdige eischen van eene klasse die voor zich zelve opkomt en alleen voor zich zelve. In de Vereenigde Staten was de invloed van de arbeidersbeweging op de wetgeving waarschijnlijk sterker dan in eenig ander land."

Voor Engeland heeft reeds Brentano in zijn bekend werk over de vakvereeniging getoond, dat de tusschenkomst van den wetgever grootendeels het gevolg was van den aandrang der arbeiders. Na een beschrijving van hunne eerste organisatie, in het eind van de 18e en het begin van de 19e eeuw, zegt hij: „deze verbonden en soortgelijke bewegingen van de arbeiders waren het, die de wetgeving dwongen, de bijzondere verhoudingen van de verkoopers van arbeid vergeleken bij andere warenverkoopers, en de bepaalde behandeling, door die verhoudingen noodig gemaakt, ook thans nog te erkennen". (Gilden, II, 20.)

Een opmerkelijk juiste beschrijving vinden wij in het werk van een lateren auteur over Engelsche arbeidersvereenigingen, J.M. Baernreither (English Associations of Workingmen, 1893, bl. 9–11). De over het algemeen betere toestand van de werklieden, zegt hij, is te danken aan de buitengewone positie van de Engelsche industrie op de wereldmarkt. „Toch zou het, vervolgt hij, een groote vergissing zijn, te meenen dat de omwenteling ten voordeele van de arbeidende klasse toe te schrijven is aan die ekonomische oorzaken alleen. Ondanks het lange

160