Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/165

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


aanhouden van deze gunstige uitzonderingspositie, zou de toenemende rijkdom eenvoudig het inkomen hebben verhoogd van die bepaalde maatschappelijke klasse, welke bij machte was de wet van vraag en aanbod ten haren voordeele aan te wenden—indien niet een geheel andere faktor tusschen beide ware gekomen. En langen tijd scheen het, dat een zoodanig onzijdige ontwikkeling inderdaad in Engeland plaats zou vinden, dat de aanwas van het gemiddelde inkomen alleen deze klasse zou verrijken. Maar de uitkomst—ten deele althans—deed zich anders voor. Een maatschappelijke macht verscheen, welke bij de verdeeling van het groote nationale gewin de positie van de arbeiders tegenover het kapitaal zoo zeer versterkte, dat hun aandeel grooter werd dan te voren. Deze maatschappelijke macht bestond uit de arbeiders zelven, in hunne verschillende bonden vereenigd. Aanvankelijk gesteund door eenige personen uit de hoogere klassen, en naderhand in steeds toenemende mate door de pers, het Parlement en de wetgeving, begonnen hunne tallooze vereenigingen een strijd om hooger loon, eischten dat de nieuwe arbeidsinrichting geregeld zou worden door nieuwe wetsbepalingen, en trachtten zelfs hun invloed te doen gelden op het produktieproces—ten slotte vestigden zij een groot aantal instellingen, bestemd om aan de arbeidende klasse een toenemend deel te verzekeren in de vooruitgaande beschaving van haar tijd".

In La Lutte pour le Bien-Etre van Gilon, bekroond werk door de Fransche Académie, en ook in onze taal uitgegeven, (Parijs, 1889, bl. 45–8), wordt speciaal voor België de manier waarop deze "nieuwe maatschappelijke macht" zich deed gelden als volgt omschreven.—"Sedert 1846 had de liberale partij de arbeidswetgeving op haar programma, de wenschen van de werklieden bleven evenwel steeds onuitgevoerd."—"Eindelijk, het vragen op wettige wijze moede, komt de arbeider in opstand, en steekt den brand in een fabriek. Den volgenden dag schept de bourgeoisie een kommissie voor onderzoek van arbeidstoestanden. De stoot was gegeven. Verzoeken,

161