Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/175

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

overeenkomende met en beantwoordende aan het minus van de oneerbaarheid ginds. En zoo is het gebeurd dat de jonge vrouwen in deze maatschappij in twee elkander tevens bedingende en uitsluitende helften striktelijk gescheiden zijn. Dezen, hare kuischheid bewarende tot zij trouwen als een schat kostbaarder dan eenige andere, verbleekende bij de gedachte dat een haar rooven, of (erger nog) zij in de verzoeking zouden komen haar ontijdig weg te schenken. Genen, slechts aan den prijs denkende dien ze voor hare bekoorlijkheden kunnen maken, en voor de rest de omhelzingen van de mannen minder tellende dan de liefkoozing van een hond. Van oudsher heeft in het kapitalisme als motief dat men de prostitutie van overheidswege niet te zeer moest belemmeren, de overweging gegolden dat ten behoeve van de mannen men een deel van de vrouwen bij hare kuischheid alleen kon bewaren, door hun een ander deel zonder eenig voorbehoud prijs te geven[1].

Steeds zal men vinden dat daar waar de door het kapitalisme op de kuischheid van de aanstaande bruiden gestelde premie het hoogste is opgevoerd, de prostitutie den grootsten omvang heeft gekregen. De welgeboren vrouwen tooien zich met het handwerk waarbij de arbeidsters hongeren, en zoo ook prijken ze met de bloesems van een zedigheid om harentwil door dezen vroegtijdig afgelegd. Dit vindt men in de hoogere klassen van elk ontwikkeld kapitalistisch land. De arbeidende bevolking daarentegen hecht niet zoo zeer aan volkomen onthouding vóór het huwelijk, en zij kent niet de met deze onthouding korrespondeerende instelling van de prostitutie. De reden is de grootere maatschappelijke gelijkheid van man en vrouw, op haar beurt gevolg van de grootere beteekenis der ekonomische positie van de vrouw in het gezin waarvan zij feitelijk het hoofd is. Ook buiten het gezin is zij van de mannen niet afhankelijk. De behoefte aan eene vrijere geslachtelijke verhouding

  1. "Ook zouden bordeelen bij oogluiking in een grooten staat en gemeente toegelaten worden, opdat niet tot schending van eerlijke en voorname vrouwen gedreven werd door het verhinderen en verbieden van die wellust."(Naeuwkeurige Consideratien van Staet, 1662; bl. 59).
171