Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/348

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


een boosaardige samenspanning van de mannen van links en van rechts om op hem, die beiden partijen de bittere waarheid zei, de wreede straf toe te passen van het doodzwijgen. Wie zich met hem bezighielden, moest hij ervaren, waren de lastertongen, de steekneuzen, de langooren. De schulden van Multatuli, de liefdesavonturen van Multatuli, zijn vreemde kuren en rare gewoonten, zijn verkwisting, zijn bandeloosheid, zijn eigenwaan—het scheen wel alsof Douwes Dekker uit Indië was gekomen met geen ander doel dan om met deze en dergelijke onderwerpen vermaak te geven aan de smalle gemeente in het aartsburgerlijke Holland van de jaren zestig. Dat hij weinig ander resultaat had bereikt, scheen voorloopig niet ontkend te kunnen worden. Door de kleine lieden aangestaard als een zonderling, zoo niet met den nek aangezien als een zedeloos individu. Door de belangstellenden in fraaie letteren toegejuicht als een prachtig schrijver, van wien met verlangen een volgende roman werd tegemoet gezien. Buiten aanmerking gelaten in de politieke wereld, waar de zaak door hem in een opzienbarend boek behandeld aan de orde van den dag stond. Op deze verschillende manieren bejegend door de samenleving in het moederland, moest het Multatuli spoedig duidelijk worden dat de uitwerking noodlottig zou worden voor de bevolking van de kolonie. Gehoond door sommigen, door anderen gevleid of gemeden, kwam Multatuli tot de slotsom dat in Nederland geen recht te verkrijgen was voor den Javaan en voor Havelaar geen herstel van grieven.

In de praktische politiek, wilden we zeggen, is voor Multatuli nooit een plaats te maken geweest. Hij vond in het begin van zijn loopbaan als publicist twee richtingen, waarvan de voorstanders aan elkaar de uitbuiting van de Indische bevolking betwistten. Nog heerschte het Kultuur-stelsel dat in 1830 ingevoerd en na 1850 beperkt en milder toegepast, het batig slot van den gedwongen arbeid in de Nederlandsche schatkist bracht. Dit gouvernementsmonopolie mishaagde het partikuliere kapitaal, dat voor zich zelf de beschikking verlangde over de in-

344