Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/349

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


landsche arbeidskracht. De inwilliging van dezen eisch vorderde beperking of afschaffing van den gedwongen regeeringsarbeid, van het gezag der hoofden, en van het min of meer kommunistisch grondbezit. In afwachting van de volkomen proletariseering der bevolking, was daarom aan deze hervorming de naam gegeven van Vrije Arbeid—het losmaken van alle banden, het wegnemen van alle bezit en het verbreken van allen samenhang, welke op den drempel van het kapitalistisch tijdvak het weerstandsvermogen uitmaakt van kleine bezitters en producenten. Kultuur-stelsel of Vrije Arbeid—een derde systeem kon in het politieke Holland van 1860 geen aanhangers trekken. Met de opkomende bourgeoisie van handel en industrie vóór uitbreiding van het private kapitalisme, met de nog sterke partij van hooge ambtenaren en aristokraten voor het staatsbedrijf. Wie met een nog ander plan voor den dag kwam, vond de meeningen gevestigd en de partijen gevormd. En allerminst kon een buitenstaander als Multatuli goedschiks verwachten, dat zijn leuze ingang vinden zou die opkwam voor de belangen van den inlander zonder meer. Hij wist wat onder het Kultuur-stelsel was misdreven en hij voelde wat de Vrije Arbeid zou begaan. Ieder ander program dan het zijne—een program dat hij placht samen te vatten in de soms vermanende en dan weer dreigende herinnering: de Javaan wordt mishandeld, lezer!—ieder ander program beoogde de belangen van een uitbuitende klasse. Mishandeling, het is waar, behoefde geen enkel program te bedoelen, maar alle uitbuiting maakt de belangen van de arbeidende klasse aan die van de bezitters ondergeschikt, en in den regel belet alleen vrees voor verzet de uitbuiting tot mishandeling te ontaarden. Zoowel aan de eene als aan de andere groep, verweet Multatuli dat hun politiek het welzijn der inlanders licht telde. Gelijk reeds gezegd, duchtte hij van de ongebreidelde kapitalistische afpersing nog grooter kwaad dan hij van de teugellooze staatsexploitatie had aanschouwd. De nieuweling, daarom, verscheen niet enkel als een hervormer met een bijzonder stelsel. Hij verscheen hoofdzakelijk of zelfs uit-

345