Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/369

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


De ervaringen van het kapitalisme hebben niet plotseling het geloof bij de arbeiders uitgeroeid, zij verzwakten het geleidelijk, zij brachten het achtereenvolgens slagen toe, zij vernietigden het ten slotte.

De eerste voor hen droevige, voor den godsdienst verderfelijke ervaring was de ontdekking van bijna alle priesters van iedere Kerk in de voorste rijen van hun politieke tegenstanders. Zoo werden de arbeiders gedwongen ook tegen de Kerken partij te kiezen, en hier, in de 19e eeuw, herhaalde zich het schouwspel dat reeds de 18e te zien had gegeven: immers heeft de strijd van den Derden Stand in Frankrijk tegen den stand der geestelijkheid velen van het geloof afvallig gemaakt, of althans aan het geloof nieuwe, onkerkelijke vormen gegeven.

 

Nog zwaarder moesten de overgeleverde begrippen worden geschokt door de ondervinding dat tusschen de leer door de priesters gepredikt, en de handelingen van de over het algemeen kerksche, geloovige bourgeoisie in haar bedrijfsleven en dagelijkschen wandel een tegenstelling bestond waarvan juist alle scherpte sneed in het vleesch van de onderdrukte klasse. Van de leer welke alle menschen gebiedt zich te beschouwen als de kinderen van een zelfden Hemelschen Vader, kwam, naar men zag, praktisch niets terecht; de heerschende klasse ging gestadig voort met zich te verrijken ten koste van alle levensvreugde bij de jammerlijk uitgebuite massa, en het streven naar eenige verzachting van dien druk eischte van het proletariaat de inspanning van alle krachten in een strijd tegen de belijders van een Christendom, dat zelfs dikwijls stelselmatig werd aangewend om de voorrechten van de rijken te verdedigen en de armen in hun ellende te doen berusten, als zoovele beschikkingen van de Voorzienigheid.

 

In dezen tijd, de periode van het volkomen ongebreidelde kapitalisme en de onverdeelde heerschappij van de bezitters, ziet men de arbeiders reageeren met de aanklacht die de geloovigen huichelaars noemt en den

365