Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/39

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


levering. De grijsheid overtreft hier den middelbaren leeftijd in kracht en in fijnheid. De oud-redacteuren zijn proza-schrijvers; de tegenwoordige, proza-menschen.

Met de woorden van hunnen secretaris "waken" zij thans voor de eer van onze letterkunde. Actief is de bezigheid van waken zeker niet. Bovendien gevoelt men, dat men gemist kan worden. Het waken is dus eigenlijk niet erg noodig, denkt de Redactie. En zoo schijnt het mij ook. Wat gij bewaakt, mijne Heeren, zijn de resten van een doode romantiek. Wilt gij u blijven vergenoegen met de rol van oppassers van reliquieën, ons is het wel. Maar dan moet gij voortaan zwijgen over uw "levenslust". Niet alleen omdat dat zoo plat klinkt, maar vooral omdat men U dan wel eens zelfs dit werk, het laatste, uit de handen zou kunnen nemen. Suisses in een rariteiten-museum worden niet in de eerste plaats wegens hunne dartelheid aanbevolen.

 
35