Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/409

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


 

EDUARD DE EX-KONING.[1]

 

Hebben onze lezers gelet op de gebeurtenissen in Engeland, waarvan dezer dagen de kranten zo vol stonden en die als verschrikkelijk gewichtig werden aangekondigd? Zo ver zij dat deden, zullen zij, evenals wij, met de afloop tevreden zijn geweest. Zeker vinden onze geestverwanten het flink van hem dat een koning liever afstand doet van al zijn grootheid dan van de vrouw die zijn vrouw is, en met wie hij van de personen die machtiger zijn dan hij niet trouwen mag, niet officieel en ook niet niet-officieel. Natuurlijk hadden wij het nog aardiger gevonden als de zogenaamde ernstige konstitutionele krisis uit een andere en meer algemeene oorzaak was ontstaan.

Indien b.v. de koning zich had doen kennen als een tegenstander van de imperialistische politiek, als een voorstander van ingrijpende sociale maatregelen, of beter nog, van een radikale verandering in het Britse staatswezen, gelijk door onze vrienden van de Onafhankelijke Arbeiderspartij voorgestaan. Het is waar dat Eduard VIII, ook reeds als kroonprins, somtijds betreffende zulke aangelegenheden iets zeide of deed dat in regerende kringen weinig bijval scheen te vinden. En wie weet of zijn juist weer onlangs gebleken begrippen, speciaal over arbeidszaken, ook later nog niet te sterk zouden hebben gesproken naar de zin van de werkelijke machthebbers, die uit konstitutioneel-vorstelijke monden slechts willen horen wat zij zelf hebben voorgezegd.

Inderdaad heeft dit konflikt slechts een zuiver persoonlijke aanleiding gehad; de neiging waaraan de afgetreden koning gehoor geeft, heeft hij met menig onderdaan gemeen. Toch zal men moeten erkennen, dat niet alle onderdanen in een met het zijne vergelijkbaar geval een even grote getrouwheid zouden hebben betoond aan het eenmaal aan een vrouw gegeven woord. Bovendien moet hier op nog iets anders worden gelet.

Men begrijpt dat, zelf onderdaan geworden, deze gewezen souverein zich alle koningen te rijk voelt. Evenals andere gewone mensen kan hij zijn geluk zoeken in een


  1. Voor het eerst verschenen in De Socialist (Bond van Rev.-Socialisten), 1936.
405