Pagina:Frederik van Eeden-Johannes Viator(1895).djvu/307

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
306
JOHANNES VIATOR.

En een zacht schuwen blik, en:—»Je begrijpt het niet?«—En ik zweeg.


Het goud werd rooder. Oranje strepen tusschen 't groen. De zoete, stoffige geur van het rijpe koren. De rijpe, zuivere zomergeur.


En zij weer, heftiger:

—»Maar nu, nu ik dit ken, dit, dit—nu weet ik dan ook dat al dat andere, al dat getrouw en gehuwelijk en samengewoon een schande is, een schande, niets een lorreboel, kleurendruk—«

en met groote emfase:

»en dat zou ik nu willen zeggen, openbaar, voor de geheele wereld, en niets ontzien, geen intiemheden en geen kleine woordjes, niets—dat zou ik willen doen.«—


Ik zweeg. En ik zag het fijne, bleeke gezicht, het tcedere witte vel en de blanke, blank-donkere oogen in het forsch-rood van den avond. En ik zag het tengere, witte, wit-ranke wezen trotsch, tegenover het woeste wereld-rood, alleen.

En ik begreep het wel.


De eenvoud dezer dingen, van dit groote leven, de