Naar inhoud springen

Pagina:Grondige Onderrichtinge in de optica, ofte perspective konste (1647).djvu/26

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

Bofchrijvinge van de dertighfte Figure.

IN welcke Figure wort vertoont den Geometrifchen gront van den nieuwen Hof van den Doorluchtigen Prince van Oranjen in'sGraven-hage, welcken Hof(naer fijne groote) foo fchoon is, ende foo wel geordonneert, als ick meene dat men eenen foude konnen fien. De lenghde is vijftien roeden ende vier voeten: de breede is acht roeden, vier voeten, geteeckent a. b. c. d. hebbende op de vier hoecken vierkante prieelen, geteeckent o.p.q.r. als noch vier ronde prieelen, geteeckent e.f.g.b. met een pavillioen in't midden, getekent i.het welke van binnen is gefchildert met loof- werck ende pylafters, als oft men daer door fage tegen een blauwe locht: men komt in't felve pavillioen door het open van de ronde plaetfen van den Hof, als oock door de ronde galderyen, geteeckent k.l. mitfgaders de rechte galderye m. n. welcke gal- deryen zijn gemaeckt van binnen met eycken palen, boven rondt, ende alles groen geverwt, alwaer de groente boven over is geleyt: De ronde galderyen zijn afgedeelt in't midden met een rondt perck, afgedeelt in vier deelen, elck deel met gelijckheyt van palme verciert, hebbende in elck midden van 't perk een fonteyn, feer konftig ge- houwen van herden-fteen, geteeckent s.t. om welcke ftaen acht groote blompotten, feer aerdig gemaekt naer de maniere van de Anticquen gebronfeert, de felve verciert met fchoone blommen. Noch zijn in de felve,tegen de ronde galderyen, rondomme blompotten geftelt, een weynigh kleynder als de middelfte, alle gebronfeert of het koper ware, vol blommen; als noch in't vierkant tegen de muer rontom groote pot- ten, als vooren, daer in dat ftaen Oranje-boomen met bloeytfel, ende de appelen daer aen, als feer luftigh om fien: oock Vijgeboomen, Olijfboomen, ende Lauwerierboo- men, ende van't begin des jaers tot het eynde,elck naer fayfoen, foo van blommen als Kruyden, zijn in de gemelde blompotten. De breede van de ganghen, als galderyen, kan men door de byftaende voetmaet licht verftaen; ende, om kortheyts wille, ge- laten: Beftaende de voetmaet in 16. Rijnlantfche roeden,elcke roede van 12. voeten. Defen Geometrifchen grondt is hierboven geleyt in de Perfpective, ende dat nae voorgaende leeringe: daerom wy hier geen langer befchrijvinge maecken en fullen; zijnde defe Scenographie geteeckent c.d.e.f.gelijck de Figure is bewijfende.

 


Befchrijvinge van de een-en-dertighfte Figure.

IN welcke Figure vertoont wort den voorfz. Hof in de Orthographie, op dat den liefhebber de fake te beter verftaen magh, zijnde alles naer mate ende ordre ge- ftelt, ende uyt de punten van de voornoemde Scenographie opgerecht. Alhier fiet men het maeckfel van de groote ronde galderyen, als de fchoone prieelen op de hoec- ken, inde midden oock het pavillioen,ende de twee fonteynen, met de blompotten, als de perken,daer men door de galderyen inkomt, befloten met eenen hoogen muer van de drie zijden; zijnde buyten de muer op 't buyten-Hofgeplant linde-boomen, om den Hofte bevrijden van winden, en anderfins. De voorfz. galderyen zijn alreede bewaffen met het loof van bukenboomen, fo dicht, dat men bevrijt is van eenigh ge- ficht, als voor de hitte der Sonne. Om het voorfz. pavillioen zijn gefet acht lindeboo- men, op elcken hoeck eene, als twee op elcke zijde, om de felve met groente te be- kleeden, op dat men geen fchaeljen-dack en fie. Hier is noch bygevoecht het nieuwe Lufthuys met de galderye,foo als het aen den Hof is gemaeckt, welcke galderye heeft 17. pylaren, met de Pedeſtalen naer de ordine Dorica; houdende de felve feftien bo- gen, waer van drie bogen heeft de huyfinge, ende vier bogen is het vogelhuys langh, ende negen bogen is de galderye, daer een grotte in gemaeckt is, die feer konftig ende vercierlick gheordonneert is, met fpringhende waterwercken daer in, de pylaren alle van witten arduynfteen. Boven de vier bogen, is de folderinge van de heele galde- rye tot een vogel-wooninge, vol zijnde van Čanarien, die oock in de torenkens op de galderye haren vlucht hebben. De kameren benevens den anderen, als boven den anderen,zijn de verhemelten, met grooten kofte ende arbeyt,feer konftigh vergult en verciert; in voegen, dat de huy finge,galderye,ende Hof met den anderen haer in een goede