Pagina:Heemskerck op Nova Zembla.djvu/152

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd




HOOFDSTUK IX
 

NAAR HET VASTELAND

 

Vol hoop waren zij de IJshaven uitgezeild, doch ze bleken al dadelijk niet erg gelukkig, want reeds bij Eilandshoek konden ze al niet meer verder van het vele ijs. Zij gingen met hun vieren aan land en wisten enkele vogels met steenen van de klippen te gooien, waarmee ze weer aan boord terugkwamen.

Toen des anderen daags het ijs wat weggedreven was, zeilden zij voorbij het Vlissinger Hoofd tot den Hoek van begeerte en kwamen den volgenden morgen aan de Oranje-eilanden.

Hier gingen zij aan land, maakten vuur van het hout, dat zij er vonden en smolten een paar ketels sneeuw, om tot drinkwater in tonnetjes te doen.

Inmiddels gingen de schipper, Louw Willemsz en meester Hans over het ijs op verkenning uit en wisten drie vogels te vangen. Maar dat uitstapje had leelijk genoeg kunnen afloopen. Op den terugtocht namelijk zakte de schipper door het ijs en daar er een sterke stroom ging, verkeerde de man in levensgevaar. De beide anderen slaagden er echter nog bijtijds in, hem er uit te halen.

De vogels werden gekookt en aan de beide zieken gebracht en nadat Heemskerck droge kleeren had aangetrokken ging het maar weer verder.

Nabij den IJshoek dreven de booten toevallig heel