Pagina:Herman Gorter-De wereldrevolutie (1918).djvu/34

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

26

De Bourgeoisie en de Regeeringen, de Duitsche, van bloed druipend, die tienduizenden zeelieden heeft vermoord, vooraan, zeggen: de Vrije Zee. Als maar de zee vrij is, zullen de oorlogen ophouden. Maar in vredestijd was de zee reeds vrij. Dat heeft evenwel den oorlog niet verhinderd.


De Kapitalisten en Regeeringen, van bloed druipend, die den oorlog begonnen uit handelsconcurrentie, om de hoogste winst, zeggen: de Vrije Handel. Als er slechts geen voorkeurtarieven en invoerrechten meer zijn, dan zal de vrede komen. Maar hoe ontstaat de handel? Door geweld, door moord en oorlog. Wie zal den moord begaan? Wie de wapens dragen? Duitschland of Engeland? Slechts het geweld beslist.

En de handel gedijt het best, waar men de politieke macht heeft. Dus ook wanneer de landen voor alle gelijk openstaan, zal men toch om de politieke macht strijden.

Maar de handel is niet langer het hoofddoel. Het hoofddoel is kapitaalexport, tot vorming van nieuw kapitaal. Het hoofddoel is het maken van spoorwegen, havens en fabrieken. En hoe brengt men dit alles, hoe brengt men kapitaal in Azië en Afrika? Hoe brengt men den grondslag der kapitalistische productie tot stand, de onteigening, de proletariseering der inboorlingen? Door geweld. En wie zal deze onteigening volvoeren? Duitschland of Engeland? Of de Vereenigde Staten? Het geweld, de oorlog, beslist.


De zachte Pacifisten, de burgerlijke en de socialistische, die juist door hun Pacifisme, waarmee zij de arbeiders hypnotiseerden, den oorlog mede veroorzaakten, en die dus ook druipen van bloed, zeggen: de kosten van een nieuwen oorlog zijn te groot, aan geld en aan menschenlevens. Maar de milliarden voor de verovering van Azië en Afrika uitgegeven, en de millioenen dooden zullen hun vrucht dragen, milliarden winst. Men zal misschien vele jaren moeten wachten, maar dan komt de winst honderdvoudig.

Italië, Roemenië, de Vereenigde Staten, zijn bovendien in dezen oorlog gekomen, nadat zij wisten wat de kosten waren.


Maar is de eisch van Eenheid niet belachelijk, zoo lang de belangen- en de krachtverschillen nog zoo groot zijn? Zoolang er nog zooveel zwakken met geringe moeite kunnen worden verpletterd? Is zij niet belachelijk, nu?