Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/23

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 15 )

dien ik niet ken, maar alleen weet, dat hij 'er is, nodig, dan bemoei ik mij volſtrekt niet, om dien Vorst te kennen of met hem bekend te raken, ô neen! maar dan zoek ik zijne bijzondere Gunstlingen op; zijn die mijne Vrienden, dan heb ik met den Vorst zelven niets te maken; zijne Gunstlingen, mijne Vrienden, zullen alles wel voor mij bezorgen en wel maken.

Bij dit alles kan ik nog bijvoegen dat de Meiërijenaar niet alleen de Heiligen verëerd, maar dat hij zelfs de Beeldtenisſen, waarönder de een of andere Heilige word voorgeſteld, Godsdienſtige eer bewijst. Dit hebben verſcheidene Roomſchen, zelfs ook Priesteren mij verzekerd. Ook zag ik de Meiërijënaars meer dan eens met allen eerbied voor een Beeld knielende bidden, hunne aandacht was geheel en al op hetzelve gevestigd. – Dat zij den Beelden zelven dienen, blijkt zonneklaar hier uit, omdat zij anders zulke verre Bedevaarten[1] niet zouden ondernemen, want het een of ander Beeld verſchilt zeer veel in magt en het

doen

  1. Reize door de Majorij in 1799. Bl. 10, 11.