Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/31

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 23 )

om deze redenen word een Kind van twaalf jaren, als het maar in ſtaat is, om den Mechelſchen Katechismus van buiten te leren, tot Lid der Kerk aangenomen. 'Er is niemand onder de Roomſche Meiërijënaars boven die jaren, of hij heeft zijne Geloofsbelijdenis reeds afgelegd, ten zij hij volſlagen zinnenloos is, als hij maar geheugen heeft, dat is genoeg[1]. – – Een Priester legt zich niet toe, om zijnen Leerlingen regte begrippen van God en Godsdienst mede te delen, om hun verſtand te beſchaven, om hunne bijgelovige vooröordelen weg te nemen, om hun een gevoelig hart voor deugd, braafheid en menſchenliefde in te planten. Ach neen! Allerlei bijgelovigheden, die het Kind van zijne geboorte, als 't ware, af aan ingeplant worden, blijven, en groeiën met de jaren op. De Priesters (misſchien enige braven uitgezonderd) gaan dezelve niet ten kere[2], dit zou tegen hun belang ſtrijden,

en

  1. Reize door de Majorij in 1799. Bl. 140.
  2. Een zeker, thands overleden Priester, zijnde een braaf en opregt Man, met wien ik zeer gemeenzaam verkeerde, verhaalde mij een de volgende Anekdote: Een Soldaat, zijnde een Meiërijenaar, die in het Oorlog, dat in 1748. geëin-

digd

B4