Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/33

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 25 )

len van het Bijgeloof zijn; men komt dan bij elkanderen, men weet bijna over niets te ſpreken, dan alleen over bijgelovige zaken, en dit is voor den Roomſchen Meiërijënaar altijd de aangenaamſte tijdkorting. Die het meest kan verhalen, is de regte Man.

Het Bijgeloof is de voorname oorzaak der vervolgzuchtige onverdraagzaamheid der Roomſchen in de Meiërij, en in dit opzigt mag ik het Bijgeloof met G. F. Meiër[1]. wel noemen: "Een Wangedrocht, welk, als uit de Hel opgerezen, onder de Menſchen ontzaglijke onheilen aangerigt heeft – – – en gene handeling is zulk ene ſchenddaad, guitenſtuk, eerloze, Godvergetene, laaghartige en onëerlijke daad, die een bijgelovige niet zoude doen; zo dat hij nog daar te boven meent, daardoor God grootlijks te dienen." – "Het Bijgeloof," dus ſpreekt van Geuns[2], "is ten allen tijde ene rijke bron geweest van ſnode begeerlijkheden en ontmenschte gruwelen. Veelvuldige wreedheden en onverzoenlijke haat hebben daaräan

ha-

  1. Philoſophiſche Zedenkunde. I. Deel Bl. 374, 375.
  2. Ter aangehaalde plaatze. Bl. 163, 164.

B5