Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/41

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 33 )

wil ook niet word tegengegaan. "De Ligtgelovigheid" – dus ſpreekt 'er de Roomſche Abt de Saint Pierre ter beſchaming zijner Geloofsgenooten over[1] – "ſpruit uit onkunde der oorzaken van de natuurlijke – uitwerkingen, en het Bijgeloof maakt, dat een onkundige, zotlijk, voor Mirakelen zodanige uitwerkingen neemt, die niet dan natuurlijk zijn. Deze dwaling doet de Menſchen ſomtijds wegen inſlaan, die ſeſpotlijk zijn, en ten verderve ſtrekken." – – Bijgelovige dwepende benaauwdheid doet den Roomſchen Meiërijenaar alles ter bevrediging van zijn hart uitdenken, naamlijk: Vasten, Bedevaarten, Misſen; met één woord alles, wat hij voor Goede Werken houd, hoe zeer het ook tegen de gezonde Reden moge ſtrijden; want om de ziel te zuiveren en om het hart te verbeteren, dat kent men niet, en men kan derhalven ook gene andere, dan de opgenoemde Bijgelovige middelen, in het werk ſtellen, om zich voor alle benaauwende Bijgelovige dweepächtige vrees

te

  1. In de Genees – Heel – Ontleed – en Natuurkundige Courant. I. Stuk. Bl. 6.

C