Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/47

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 39 )

dat dezelve, op voldoende gronden, hunne dwalingen verwerpt; men wil derhalven gelijk met gelijk vergelden. Is een Hervormde een Ongelovige, men heeft hetzelfde recht, om ook ongelovig te zijn; maar men onderſcheid hier niet genoeg: Een Roomſche is ongelovig, omdat hij de waarheid niet kan, of niet wil, of niet mag onderzoeken, en verwerpt dus alles, wat tegen zijne domme vooröordelen ſtrijd; een Proteſtant is ongelovig, en word van den Roomſchen als enen Ongelovigen geſcholden, omdat hij dwaasheden, die en tegen de gezonde Reden en tegen de H. Schrift ſtrijden, niet wil omhelzen. De Roomſche handelt, zonder dat hij iets – onderoekt, zeer onbeſcheiden, belagchlijk en volmaakt éénzijdig. – Onbeſcheiden, omdat hij alles, wat tegen zijn Bijgeloof en Godsdienst ſtrijd, en vooräl, wanneer het van enen Proteſtant als waarheid omhelsd word, lochent, en denzelven een bedrieger of bedrogenen, een' Ongelovigen noemt. – Belagchlijk, omdat hij anderen voor Ongelovigen en Ket-

ters

    deze afleiding doorging, dan zou het woord Ketter een eernaam wezen, en de Roomſchen leggen dan daardoor hunnen haat tegen de zuivere waarheid niet onduidelijk aan den dag.

C4