Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/50

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen
( 42 )

Bijgeloof, op ene onbegrijplijke wijze in die Landſtreek heerscht, en waar hetzelve plaats heeft, daar woont ook Ligtgelovigheid, want de laatſte is de vruchtbare Moeder van bet eerſte. – De Ligtgelovigheid ontſtaat altijd uit domheid en gebrek van oordeel, wanneer men niet in ſtaat is, om het ware van het valſche te onderſcheiden; of ook wel uit vooröordelen, welke door de opvoeding hoe langer te meer worden verſterkt, gevoed en aangevuurd. – De Ligtgelovigheid is derhalven zo wel een ſchandvlek in het Godsdienſtige als het Bijgeloof. "Ja! de Ligtgelovigheid ſtort in het uiterſte gevaar, om geloof te geven aan de kinderächtigſte dwalingen, zo dat 'er een afgrijslijk en vloekwaardig Systdéma der Religie ontſtaan zoude, indien men geloof wilde geven aan alle verhalen, die van God en Godlijke dingen onder de Menſchen plaats hebben[1]"

Maar – hoe zoo men Ongeloof en Ligtgelovigheid in gemelde Landſtreek kunnen uitdelgen, ten minſten hare kracht benemen? Men

moest
 
  1. G. F. Meier, Philoſophiſche Zedenkunde. I. Deel. Bl. 183.