Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/52

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen
( 44 )

lovigheid zulke diepe wortelen geſchoten heeft. - Ongelukkig Sterfling! die meer verlicht onder zulke domme Menſchen verkeren moet, zonder iets ter geſchaving zijner Natuurgenoten te kunnen aanwenden. - Hoe gelukkig zou het voor mij en mijne Landgenoten in de Meiërij wezen, wen eens der Ligtgelovigheid en het Bijgeloof den Bodem wierd ingeſlagen, en de zuivere Godsdienst 'er mogt zegenvieren!! Dit zij de wensch van ieder, wien de eer van God en het waar geluk, zijner Medeſterflingen ter harte gaat. - Ieder, die de uitbreiding van Jesus Godsdienst met geheel zijn hart begeert, zegge:

Deez' rijke Parel, meer in waarde,
Dan al wat Zee of afgrond baarde,
Zij 't Sieraad ſteeds van Neêrlands Kroon!
Deez' ſchoonſte Bloem der Deugdgezinden
Bloei eeuwig, vrij van onweêrswinden,
En ſpreid' haar luister daar ten toon!
Deez' Star moet aan zijn Hemel lichten!
Dit vuur brandde op het Hartältaar!
Zo lang, als in zijn' Godsgeſtichten,
Het Licht der Waarheid ſchijnt op zijnen Kandelaar[1]

  1. De Gezellige II. Deel. Bl. 120.
HU-