Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/57

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 49 )

zich, na het eindigen van denzelven, geheel onverſchillig met malkanderen ter ruste. Gene onderhoudende geſprekken (hiertoe is de Meiërijënaar niet in ſtaat) veräangenamen den ſoberen Maaltijd; geen kusch ener oprechte liefde verwelkomt, bij de terugkomst, elkanderen.

ô Neen! men rekent het zelfs ten ſchande wanneer in de Meiërij een Man enen hartlijken kusch der zuivere Huwlijksmin op de lippen zijner Echtgenote zoude drukken. – Ene voorbeeldloze onverſchilligheid in het Huwelijk is een charaktertrek der Meiërijënaars. Als men deze redenen, die ik maar met flaauwe trekken geſchetst heb, overweegt, dan zal zich niemand verwonderen, dat 'er zo veele ſlechte en onvergenoegde Huwelijken in de Meiërij worden gevonden.

Schoon 'er zo veel onverſchilligheid in het Huwelijk heerscht, zo moet ik 'er dit, tot roem mijner Meiërijſche Landsgenoten, bijvoegen, dat men onder dezelve weinig hoort van Hoererij, Overſpel en Echtbreuk, alhoewel men, helaas! niet kan zeggen, dat deze ſlechtigheden 'er geheel onbekende zaken zijn, Dit is zeker, dat zij, in dit opzigt, vele anderen beſchamen, – Ik zal hier niet onderzoeken,

of

D