Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/70

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 62 )

meer uit noodzaaklijkheid, dan wel verkiezing, dewijl ook de Meiërijſche Vrouwen, vooräl de Boerinnen, de handen zó vol hebben aan haren daaglijkſchen arbeid, dat de net- en zindelijkheid moet achter ſtaan. – Eindelijk – Velen zijn zó zeer aan Slordigheid overgegeven, en de Morsſigheid is door gewoonte zó veröuderd, dat men 'er geen kwaad meer in zien kan.

De kleding der beide Sekſen is in de Meiërij niet bevallig, alhoewel de Mode (indien ik het zo eens noemen mag) bijna op elk Dorp hier in verſchilt. Voorheen was alles zeer eenvouwig, thands echter neemt, helaas! de pracht, hand oyer hand, zeer ſterk toe; en dit ſtrekt voor velen ten bederve. De begeerte, om boven anderen in kleding uit te munten, is ook in mijn Vaderland een hoofdgebrek; men kleed zich boven zijn vermogen, en dit heeft vooräl plaats, dit is bijna overäl zo, onder jonge Luiden; dit is echter allernadeligst, en men kan de bewijzen voor dit gezegde zeer wel uit het volgende opmaken. – Voor men getrouwd is, kleed men zich zo kostbaar, als men kan, vooral zoekt men bij den ondertrouw, in klederpracht te munten, men berekent niet,

of