Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/71

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen
( 63 )

of men het weinigjen Gelds, dat men bezit, niet tot een beter einde zou kunnen beſteden, ô neen! maar pas getrouwd zijnde, dan ondervind men te laat, hoe dwaas het is, om al het geen men bezit, aan de hovaardij op te offeren; men is zeer ſchielijk genoodzaakt om alle goud, zilver en zomtijds zelfs klederen te verkopen, wil men eten. Men moet van dit laatſte de meer vermogenden uitzonderen, alhoewel ook deze zich door de pracht zeer benadelen.

Eindelijk. – De Meiërijënaar munt niet uit in fraië Kunſten en Wetenſchappen; Geleerdheid word bij de Roomſchen in mijne ſtreken niet gevonden[1]. Herinner U, het geen ik boven[2] over het Ongeloof en de Opvoeding gezegd heb, en het zal niemand langer vreemd voorkomen, dat men aldaar in deze ſtukken niet alleen niet uitmunte, maar zelfs niet eens middenmatig is. – Kunſten en Handwerken worden 'er altijd op den ouden voet beöeffend; men zoekt naar gene verbetering. Ouderen en

Voor-
 
  1. Reize door de Majorij van 's Hertogenbosch in den jare 1798. Bl. 72 en 77.
  2. Bladzijde 37, 38 en 52.