Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/77

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 69 )

vriendlijk, leerzaam en onderhoudend te wezen; dit alles heeft echter in de Meiërij gene plants, want men komt weinig bij elkanderen, uitgenomen des Zondags, of in de lange Winteravonden, en dan beſtaat de gehele Verkering, gelijk ik zeide[1], in bet verhalen van allerlei zotte bijgelovigheden. Die Verkering is echter, zo Gij wilt, gul en oprecht, wanneer men naamlijk deze woorden in dien zin opvat, dat men 'er onbeſchaafdheid door verſtaat, en dat een ieder ſpreekt, zo als hij denkt. Het leerzame, het onderhoudende word 'er niet in gevonden, hiertoe zijn zij, wegens hunne Opvoeding, niet berekend.

Beleefdheid en Dienstvaardigheid zijn twe gezellige pligten, waarop de Meiëijënaar meer roem mag dragen, ja waaröp hij zelfs aanſpraak kan maken. Dit is zeker, dat zij altijd elkanderen, wen zij zich ontmoeten, of wen zij een huis intreden, of weêr verlaten, op ene vriendlijke wijze, enen goeden dag, morgen of avond zullen toewenſchen; doch zeer zelden zullen zij den Hoed van het hoofd nemen, of het moet wezen voor iemand, dien

zij

  1. Zie boven Bl. 24, 25.

E3